Nieuws

Afhaaltransacties btw - Omzetbelasting



Hof Den Bosch heeft in een procedure het algemene juridisch kader van zogenaamde intracommunautaire leveringen geschetst. Voor leveringen van goederen, die worden vervoerd naar een andere lidstaat en daar zijn onderworpen aan heffing van omzetbelasting wegens
een intracommunautaire verwerving, geldt het nultarief. Voorwaarden voor de toepassing van het nultarief zijn:



  1. dat de macht om als eigenaar over het goed te beschikken aan de afnemer is overgedragen;
  2. dat de leverancier aantoont dat het goed naar een andere lidstaat is verzonden of vervoerd; en
  3. dat het goed het grondgebied van de lidstaat van levering fysiek heeft verlaten.

De aanspraak op toepassing van het nultarief geldt alleen als de toepasselijkheid uit boeken en bescheiden blijkt, en de ondernemer beschikt over het btw-identificatienummer van de afnemer. De bewijslast ligt bij de leverancier.

Bij verkopen waarbij de afnemer de goederen bij de leverancier afhaalt, de zogenoemde afhaaltransacties, is de leverancier beperkt in zijn mogelijkheden om te bewijzen dat de goederen Nederland fysiek hebben verlaten. Dat bewijs zal afhankelijk zijn van de
gegevens die hij van de afnemer ontvangt. Daarom geldt bij afhaaltransacties dat de leverancier mag uitgaan van een intracommunautaire levering als de afnemer heeft gezegd dat hij goederen naar een andere lidstaat zal vervoeren en zijn door deze andere lidstaat
toegekend btw-identificatienummer heeft verstrekt aan de leverancier.



Volgens Hof Den Bosch mag vanwege de rechtszekerheid een leverancier die te goeder trouw heeft gehandeld en die bewijs voor de toepassing van het nultarief heeft aangeboden, niet worden geconfronteerd met een naheffing van de over deze goederen verschuldigde
omzetbelasting. Er geldt evenwel een uitzondering wanneer die bewijzen vals blijken te zijn en is aangetoond dat de leverancier bij belastingfraude is betrokken of de leverancier de identiteit van de echte verkrijger heeft verborgen om hem de gelegenheid te
geven de omzetbelasting te ontduiken. De leverancier kan zich in die gevallen niet beroepen op het communautaire fiscale neutraliteitsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. De bewijslast dat de bewijzen vals zijn en dat de leverancier bij
belastingfraude is betrokken, ligt bij de inspecteur. Vervolgens kan de leverancier bewijzen dat hij al het mogelijke heeft gedaan om te zorgen dat hij niet bij belastingfraude zou worden betrokken.



Een ondernemer die voldoet aan de door de staatssecretaris van FinanciŽn gegeven voorschriften voor afhaaltransacties mag daaraan het vertrouwen ontlenen dat het nultarief terecht is toegepast. Als een ondernemer daar niet aan voldoet, heeft dat niet tot gevolg
dat het nultarief moet worden geweigerd. Het staat de leverancier vrij om op andere wijze aannemelijk te maken dat het nultarief terecht is toegepast.




2018-01-09 10:39:33

Klik voor meer nieuws