Nieuws

Boete opgelegd wegens onvolledige vrijwillige verbetering van aangifte


Een inwoner van Nederland hield in een reeks van jaren een bankrekening aan in Luxemburg. Het saldo verwerkte hij niet in zijn jaarlijkse aangiften vermogensbelasting; de rente verwerkte hij niet in zijn aangiften inkomstenbelasting. Kennelijk ingegeven
door de onrust die was ontstaan na het bekend worden dat de Nederlandse belastingdienst beschikte over informatie van rekeninghouders bij de Kredietbank in Luxemburg gaf de rekeninghouder zijn adviseur opdracht om een zogeheten vrijwillige verbetering van
eerdere aangiften in gang te zetten. De gemachtigde deelde de inspecteur op diezelfde dag telefonisch mee dat een cliŽnt met een bankrekening in Luxemburg wilde overgaan tot vrijwillige verbetering. De naam van de cliŽnt werd niet genoemd. De inspecteur bevestigde
dat bij vrijwillige verbetering geen fiscale boete zou worden opgelegd en dat geen strafvervolging zou worden ingesteld. De volgende dag kondigde de inspecteur in een brief een boekenonderzoek voor de inkomsten- en vermogensbelasting over de jaren 1990 tot
en met 2000 aan. Ondanks een bespreking tussen de inspecteur en de gemachtigde ging het aangekondigde boekenonderzoek door. Uiteindelijk kwamen partijen overeen dat navordering zou plaatsvinden in een aanslag vermogensbelasting in plaats van een aanslag per
jaar. Voor Hof Den Haag was in geschil of de navorderingsaanslag en de boete onrechtmatig waren opgelegd, omdat de inspecteur gebruik zou hebben gemaakt van onrechtmatig verkregen gegevens. De gegevens van de rekeninghouders waren namelijk destijds ontvreemd
door vroegere medewerkers van de bank.Daarnaast was in geschil of de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar voor buitenlandse inkomsten mocht worden toegepast en voorts of er wel een boete mocht worden opgelegd omdat sprake was van vrijwillige verbetering
van de aangifte.Volgens het Hof had de gemachtigde in het kader van een vrijwillige verbetering op eigen initiatief de inspecteur volledige openheid van zaken verschaft. Volgens zijn verklaring zouden deze gegevens ook zijn verstrekt zonder het boekenonderzoek.
Daarmee had de inspecteur voldoende gegevens voor het opleggen van de navorderingsaanslag. Volgens het Hof was de belanghebbende gebonden aan de vaststellingsovereenkomst en de daarin vastgelegde wijze van navordering.De verlengde navorderingstermijn van twaalf
jaar heeft als doel om belastingheffing veilig te stellen over inkomsten en vermogensbestanddelen die belastingplichtigen buiten het zicht van de Nederlandse belastingdienst willen houden. Een beroep op de vrijheid van kapitaalverkeer om belastingontduiking
mogelijk te maken heeft geen kans van slagen. Op het moment waarop de belanghebbende wist dat de inspecteur een boekenonderzoek wilde houden had de belanghebbende nog niet alle gegevens verstrekt, want zijn identiteit was nog niet aan de inspecteur meegedeeld.
Er was dus geen sprake van vrijwillige verbetering en dus mocht een boete worden opgelegd. Wel vond het Hof matiging van de boete op zijn plaats omdat de belanghebbende uit eigen beweging was begonnen met het verstrekken van gegevens en hij die gegevens ook
zou hebben verstrekt als de inspecteur geen boekenonderzoek had aangekondigd. Het Hof halveerde daarom de opgelegde boete.

2017-04-12 07:22:07

Klik voor meer nieuws